Ga naar de inhoud
Volledige uitleg voor ouders

Wat is de doorstroomtoets en hoe werkt het schooladvies?

Alle leerlingen van groep 8 maken in januari of februari de doorstroomtoets. Op deze pagina lees je wat de toets meet, welke aanbieders er zijn, hoe de uitslag meeweegt in het schooladvies en wat je als ouder kan doen om je kind goed voor te bereiden.

Vijf doorstroomtoetsen uitgelegd Tijdpad 2026 en 2027 Tips voor ouders
Leerling van groep 8 werkt aan een opgave voor de doorstroomtoets

Wat is de doorstroomtoets?

De doorstroomtoets is een verplichte toets voor alle leerlingen in groep 8 van de basisschool. De toets meet hoever je kind is met taal en rekenen aan het einde van de basisschoolperiode. De uitslag, het toetsadvies, weegt mee in het definitieve schooladvies voor de middelbare school.

De doorstroomtoets is dus geen examen. Je kind kan niet slagen of zakken. Het is een onafhankelijke check naast het oordeel van de leerkracht, om te zorgen dat elk kind een eerlijke kans krijgt bij de overgang naar het voortgezet onderwijs.

Kort samengevat: de doorstroomtoets is een meetmoment in groep 8 dat samen met het advies van school bepaalt op welk niveau je kind het beste kan instromen op de middelbare school.

Waarom heet het nu doorstroomtoets en niet meer eindtoets?

Tot en met schooljaar 2022-2023 heette dit de eindtoets. Sinds 2023-2024 spreekt de overheid van de doorstroomtoets. De naam is veranderd omdat de toets niet langer aan het einde van groep 8 wordt afgenomen, maar al in januari of februari. Daardoor is de uitslag eerder bekend en kan deze écht meewegen in het definitieve schooladvies, voordat de aanmelding voor de middelbare school plaatsvindt.

Ook benadrukt de nieuwe naam dat de toets niet een einde markeert, maar een moment in de doorstroom van basisschool naar voortgezet onderwijs. Het is een tussenstap, geen afsluiting.

Welke onderdelen worden getoetst?

Alle doorstroomtoetsen meten dezelfde drie verplichte onderdelen, vastgelegd in het Beoordelingskader doorstroomtoetsen PO. Sommige aanbieders bieden daarnaast optionele onderdelen aan, zoals een persoonlijkheidstest of toekomstvragen, maar die tellen niet mee voor het toetsadvies.

L

Lezen

Begrijpend lezen op verschillende soorten teksten.

  • Techniek en woordenschat
  • Tekstbegrip
  • Interpretatie
  • Samenvatten
  • Informatie opzoeken
T

Taalverzorging

Spelling en correct gebruik van leestekens.

  • Spelling werkwoorden
  • Spelling niet-werkwoorden
  • Leestekens (interpunctie)
R

Rekenen

Vier rekendomeinen, zowel kale sommen als contextopgaven.

  • Getallen
  • Verhoudingen
  • Meten en meetkunde
  • Verbanden

De doorstroomtoets toetst geen aardrijkskunde, geschiedenis of natuur en techniek. Die vakken vielen wel onder de oude eindtoetsen, maar zijn sinds 2023-2024 niet meer onderdeel van de verplichte stof. Ook studievaardigheden zijn niet meer een apart onderdeel: opzoekvaardigheden vallen nu onder Lezen, en het aflezen van grafieken onder Rekenen.

Wat zijn referentieniveaus?

Bij elke doorstroomtoets krijgt je kind niet alleen een toetsadvies, maar ook een score op de referentieniveaus. Dat zijn landelijke ijkpunten die aangeven welk taal- en rekenniveau een leerling beheerst. Voor het einde van de basisschool gelden twee niveaus:

  • Voor taal: 1F (basisniveau, minimumdoel voor alle leerlingen) en 2F (streefniveau, het niveau dat passend is bij doorstroom naar havo of vwo)
  • Voor rekenen: 1F (basisniveau) en 1S (streefniveau)

De rapportage laat zien of je kind het basisniveau (1F) beheerst en of het ook het streefniveau (2F of 1S) heeft gehaald. Voor scholen is dit belangrijk: de inspectie kijkt of een school voldoende leerlingen het basisniveau laat halen. Voor ouders is het vooral informatief: het geeft een concreet beeld van waar je kind staat ten opzichte van wat landelijk verwacht wordt.

Wanneer wordt de doorstroomtoets afgenomen?

De afnameperiode is wettelijk vastgesteld. Voor digitale toetsen mogen scholen zelf kiezen op welke dagen ze de toets afnemen binnen de periode. Voor papieren toetsen en gecombineerde afnames (papier en digitaal op één school) staan de data vast.

Afnameperiode schooljaar 2025-2026

  • Digitaal: 26 januari tot en met 15 februari 2026
  • Papier en gecombineerd: 3 en 4 februari 2026

Afnameperiode schooljaar 2026-2027

  • Digitaal: 25 januari tot en met 12 februari 2027
  • Papier: volgens de wet in de eerste twee volle weken van februari, exacte data worden vóór de zomer 2026 bevestigd door OCW

Goed om te weten: de meeste papieren doorstroomtoetsen worden afgenomen in twee ochtenden van ongeveer twee uur. De adaptieve digitale toetsen (Route 8, Dia, AMN) kunnen vaak in één dagdeel.

Hoe weegt de doorstroomtoets mee in het schooladvies?

Het schooladvies komt in twee stappen tot stand. Eerst geeft de leerkracht een voorlopig schooladvies op basis van leerresultaten, werkhouding, motivatie en het complete beeld dat de school heeft opgebouwd vanaf groep 6. Daarna maakt je kind de doorstroomtoets, en die uitslag kan het advies bijstellen.

Het tijdpad richting middelbare school

  • jan
    Voorlopig schooladvies
    Tussen 10 en 31 januari geven scholen het voorlopig advies. Dit is gebaseerd op alle informatie die de school heeft verzameld.
  • feb
    Afname doorstroomtoets
    Eind januari tot midden februari maakt je kind de toets. Digitaal of op papier, afhankelijk van wat de school gekozen heeft.
  • mrt
    Toetsresultaten naar school
    Uiterlijk 15 maart ontvangt de school het toetsadvies. De school vergelijkt dit met het voorlopig advies.
  • mrt
    Definitief schooladvies
    Uiterlijk 24 maart krijgen ouders en kind het definitieve schooladvies.
  • mrt
    Aanmeldweek middelbare school
    Van 25 tot en met 31 maart vindt landelijk de centrale aanmeldweek plaats. Alle leerlingen melden zich in deze week aan.
  • mei
    Plaatsing
    De middelbare school beslist binnen zes weken na aanmelding, uiterlijk 12 mei, of je kind is toegelaten. Bij vertraging uiterlijk 9 juni.

Bijstelling van het advies

De regel is helder. Valt het toetsadvies hoger uit dan het voorlopig advies, dan moet de school het advies heroverwegen en in principe naar boven bijstellen. Dat kan ook een halve schoolsoort omhoog zijn, bijvoorbeeld van vmbo-t naar vmbo-t/havo. Alleen als de school goede redenen heeft die in het belang van de leerling zijn, mag het advies niet worden bijgesteld.

Valt het toetsadvies lager uit dan het voorlopig advies, dan blijft het voorlopig advies staan. Een lagere score op de doorstroomtoets kan het advies dus niet verlagen.

Uitzondering: praktijkonderwijs

Bij een schooladvies praktijkonderwijs gelden andere regels. Krijgt een leerling met dat schooladvies een toetsadvies van vmbo basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bl) of hoger, dan moet de school het advies wel heroverwegen. Bij een toetsadvies van praktijkonderwijs tot en met vmbo-bl hoeft heroverweging niet plaats te vinden.

Wat dit betekent voor je kind: de doorstroomtoets is een extra mogelijkheid om te laten zien wat je kind kan. Een hoger toetsadvies kan het schooladvies optillen. Een lager toetsadvies heeft geen negatieve consequenties. Het schooladvies blijft altijd leidend en wordt door de leerkracht onderbouwd.

Welke doorstroomtoetsen zijn er?

Scholen kiezen zelf welke doorstroomtoets ze afnemen. Vijf toetsen zijn goedgekeurd door het College voor Toetsen en Examens (CvTE) en moeten voldoen aan dezelfde wettelijke eisen. De medezeggenschapsraad van de school praat doorgaans mee over de keuze. De keuze hangt vaak samen met het leerlingvolgsysteem dat de school al gebruikt.

Toets Aanbieder Vorm Adaptief Duur
Leerling in Beeld Cito BV Papier en digitaal Alleen digitaal (multi-stage) 2 ochtenden van ca. 2u
IEP Bureau ICE Papier en digitaal Alleen digitaal 2 ochtenden van max. 2u
Route 8 A-VISION Alleen digitaal Ja (op vraagniveau) 1 dagdeel, geen tijdslimiet
Dia Diataal Alleen digitaal Ja (multi-stage) Gemiddeld 2u 45min
AMN AMN Alleen digitaal Ja (op vraagniveau) Gemiddeld 2,5u

De DOE-toets van de overheid

Naast deze vijf reguliere toetsen bestaat er ook een doorstroomtoets van de overheid: de DOE-toets, ontwikkeld door Stichting Cito. In het schooljaar 2025-2026 wordt deze toets alleen aangeboden in papieren versies voor leerlingen met visuele beperkingen (braille en slechtzienden-versie). De DOE-toets wordt op termijn breder beschikbaar.

Wat betekent adaptief?

Een adaptieve toets past zich aan het niveau van je kind aan tijdens het maken. Goed beantwoorde vragen leiden tot moeilijkere vervolgvragen, foute antwoorden tot makkelijkere. Daardoor zit je kind altijd op het juiste niveau en wordt niet gefrustreerd door te moeilijke of verveeld door te makkelijke vragen.

Er zijn twee vormen van adaptiviteit. Bij adaptief op vraagniveau past elke individuele vraag zich aan (Route 8, AMN). Bij multi-stage adaptief krijgt de leerling eerst een blok vragen, en bepaalt het resultaat het niveau van het vervolgblok (Cito LiB digitaal, Dia). Adaptieve toetsen zijn altijd digitaal. Papieren toetsen zijn lineair: iedereen krijgt dezelfde vragen in dezelfde volgorde.

Welke toets is “het beste”?

Geen enkele doorstroomtoets is per definitie beter dan een andere. Alle vijf voldoen aan de wettelijke eisen en hebben hun eigen sterke kanten. Wel zijn er praktische verschillen die voor jouw kind kunnen meewegen. Op de losse pagina’s per toets staat de inhoud, de vorm en specifieke aandachtspunten per aanbieder.

Welke toets wordt het meest gebruikt?

De marktverdeling tussen de toetsen verschilt sterk. Een paar concrete cijfers uit het schooljaar 2025-2026:

~2.650
basisscholen kiezen voor de IEP doorstroomtoets (circa 40% van alle basisscholen)
~3.450
scholen nemen de Cito Leerling in Beeld doorstroomtoets af (circa 95.000 leerlingen)
5
door het CvTE goedgekeurde doorstroomtoetsen waar scholen uit kunnen kiezen

IEP en Cito zijn samen verantwoordelijk voor het overgrote deel van alle doorstroomtoetsafnames. Route 8, Dia en AMN hebben kleinere maar groeiende marktaandelen. Wil je weten welke toets de school van je kind gebruikt, vraag het dan aan de leerkracht.

Moet je je kind voorbereiden op de doorstroomtoets?

Daar is geen algemeen antwoord op. Sommige scholen oefenen zelf intensief met voorbeeldtoetsen, andere doen dat veel minder. Sommige kinderen hebben aan de schooloefening genoeg, andere zijn gebaat bij extra training.

Eerlijk gezegd: de vraagstelling van de doorstroomtoets verschilt vaak van methodetoetsen die je kind op school gewend is. Andere zinsbouw, langere teksten, meer redactiesommen. Veel kinderen weten de stof prima, maar struikelen over de vorm of het tempo. Daar is gericht oefenen waardevol.

Wanneer voorbereiding extra zinvol is

  • Je kind zit op de grens van twee niveaus en een hoger toetsadvies kan het advies optillen
  • Je kind heeft moeite met toetsen, raakt onder druk vaak in de war of bevriest
  • Je kind kent de stof maar werkt langzaam, waardoor er onder tijdsdruk fouten komen
  • De vraagstelling op school wijkt af van de doorstroomtoets en je kind heeft daar nog weinig mee geoefend

Wij bieden hiervoor een live 1-op-1 training aan, maar er zijn ook gratis oefenbladen en oefenboeken te vinden. Voor sommige kinderen is dat genoeg, voor andere helpt het hebben van een echte docent die meekijkt en uitlegt.

Wie hoeft de doorstroomtoets niet te maken?

Bijna alle leerlingen in groep 8 maken de doorstroomtoets, ook in het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs. In een paar uitzonderingsgevallen kan de school in overleg met ouders besluiten dat een leerling de toets niet hoeft te maken:

  • Leerlingen met een uitstroomprofiel vso-arbeidsmarkt of vso-dagbesteding, vastgelegd in het ontwikkelingsperspectief (OPP)
  • Leerlingen met een IQ lager dan 75
  • Leerlingen die korter dan vier jaar in Nederland zijn en het Nederlands nog niet voldoende beheersen

Ook deze leerlingen mogen de toets wel maken als zij en hun ouders dat willen. Overleg in dat geval met de leerkracht over de mogelijkheden.

Leerlingen die groep 8 overdoen, maken de doorstroomtoets opnieuw. Leerlingen die groep 8 overslaan en al na groep 7 naar de middelbare school gaan, kunnen de toets al in groep 7 maken.

Wat als mijn kind ziek is of de toets niet kan maken?

Ziek op de toetsdag, een onverwachte gebeurtenis thuis, of een rekentoets die niet goed verloopt: er zijn mogelijkheden om de toets in te halen.

  • Inhalen bij ziekte: de school plant een inhaalmoment in. Bij papieren toetsen kan dat tot uiterlijk 13 februari 2026, bij digitale toetsen tot drie weken na de reguliere afname.
  • Per onderdeel inhalen: als een leerling bijvoorbeeld de eerste dag wel deed maar de tweede ziek werd, kan in overleg per onderdeel ingehaald worden.
  • Langdurige afwezigheid: bij langere ziekte of bijzondere omstandigheden bepaalt de school in overleg met ouders of het toetsadvies kan worden vastgesteld op basis van een gedeeltelijke afname, of dat de leerling op basis van alleen het voorlopig advies wordt aangemeld.

De school heeft daarin de regie. Overleg bij twijfel altijd direct met de leerkracht of intern begeleider.

De politieke discussie over één centrale toets

Sinds de invoering van de huidige doorstroomtoets in 2023-2024 is er een groeiende discussie of het systeem met vijf verschillende toetsen wel het beste is. De PO-Raad, de VO-Raad en de Onderwijsinspectie wijzen erop dat er verschillen zijn in resultaten tussen de toetsen, wat tot ongelijke kansen voor leerlingen kan leiden afhankelijk van de toets die hun school heeft gekozen.

Bij een debat in de Tweede Kamer in december 2025 spraken vrijwel alle partijen zich uit voor terugkeer naar één centrale toets. Staatssecretaris Becking (OCW) gaf aan welwillend tegenover deze invoering te staan. Een verkenning over één landelijke doorstroomtoets is gestart, maar concrete invoering is nog niet bepaald.

Voor de doorstroomtoets in 2026 en waarschijnlijk ook 2027 verandert er niets: scholen blijven kiezen uit de bestaande toetsen.

Vijf tips voor ouders

1. Maak het niet te groot

De doorstroomtoets is belangrijk, maar geen examen. Het is een meetmoment. Hoe minder druk je erop legt thuis, hoe rustiger je kind erin staat. Vertel eerlijk wat de toets meet en wat de uitslag betekent, maar maak er geen huishoudelijk thema van wekenlang.

2. Werk aan de vraagstelling, niet aan extra stof

Vaak is het niet de kennis die ontbreekt, maar de vorm waarin de vraag wordt gesteld. Een kind dat thuis “30% van 60” kan uitrekenen, kan vastlopen bij “Lisa heeft 60 euro. Ze geeft 30% uit aan een cadeau. Hoeveel geld houdt ze over?”. Oefen dus vooral met de manier waarop vragen worden gesteld in de doorstroomtoets, niet met meer stof.

3. Slaap, beweging, eten

Cliché maar waar. Een uitgerust kind dat ’s ochtends goed gegeten heeft, presteert beter op een toetsdag dan een vermoeid kind. Probeer in de week voor de toets de bedtijd niet later te laten zijn dan normaal.

4. Praat over de toetsdag, niet alleen over de uitkomst

Veel kinderen worden bang van de uitslag, niet zozeer van de toets. Vraag wat ze van de dag zelf vinden: hoe lang het duurt, of ze tussendoor mogen drinken, of ze zenuwachtig zijn. Door over het concrete moment te praten, wordt het minder abstract en spannend.

5. Onthoud: de toets kan niet verlagen, alleen verhogen

Veel ouders denken dat een lage score een nadelig effect heeft op het schooladvies. Dat klopt niet. Een lager toetsadvies blijft zonder gevolgen: het voorlopig schooladvies blijft dan staan. Een hoger toetsadvies kan het advies juist optillen. Hoe minder druk je kind voelt, hoe relaxter het de toets in gaat.

Voor jou, leerling van groep 8

De doorstroomtoets klinkt belangrijk en dat is het ook een beetje. Maar onthoud: je kunt niet zakken. Het is geen examen. Niemand gaat blijven zitten als je niet de hoogste score haalt.

Wat de toets wel kan: een paar dagen later kun je horen dat je naar een net iets hoger niveau mag dan eerst in januari is gezegd. Dat is mooi meegenomen. Maar als dat niet gebeurt, gaat je advies gewoon door zoals het al was.

Dus: doe je best, maar niet meer dan dat. Slaap goed de avond ervoor, eet een ontbijt en blijf rustig als een vraag moeilijk lijkt. Je kunt meer dan je denkt.

Veelgestelde vragen

De vragen die ouders ons het meest stellen over de doorstroomtoets.

Wanneer is de doorstroomtoets in 2026?

De digitale doorstroomtoets wordt afgenomen tussen 26 januari en 15 februari 2026. De papieren versie en gecombineerde afnames vinden plaats op 3 en 4 februari 2026.

Wanneer is de doorstroomtoets in 2027?

De digitale afname is gepland tussen 25 januari en 12 februari 2027. De data voor de papieren toets worden voor de zomer van 2026 bevestigd door OCW. Volgens de wet vindt de papieren afname plaats in de eerste twee volle weken van februari.

Kan mijn kind zakken voor de doorstroomtoets?

Nee. De doorstroomtoets is geen examen. Je kind kan niet slagen of zakken. De uitslag dient om het schooladvies te onderbouwen en eventueel naar boven bij te stellen.

Mijn kind scoort lager op de doorstroomtoets dan het voorlopig advies. Wat dan?

Dan blijft het voorlopig advies staan. Een lagere score kan het advies niet verlagen. Het advies van de leerkracht is in dat geval leidend.

Mijn kind scoort hoger. Past de school het advies dan automatisch aan?

De school moet het advies dan heroverwegen en in principe naar boven bijstellen. Alleen als er goede redenen zijn die in het belang van je kind zijn, mag de school besluiten het niet te doen. In dat geval moet de school dat goed motiveren.

Welke doorstroomtoets is het beste?

Geen enkele toets is objectief het beste. Alle vijf voldoen aan dezelfde wettelijke eisen. Wel zijn er verschillen in vorm (papier of digitaal), in adaptiviteit en in afnameduur. De school kiest de toets, vaak passend bij het leerlingvolgsysteem dat ze al gebruiken.

Wat is het verschil tussen het toetsadvies en het schooladvies?

Het schooladvies is het advies van de leerkracht over het best passende niveau voor de middelbare school. Het toetsadvies is de uitkomst van de doorstroomtoets, op basis van taal- en rekenscores. Beide samen leiden tot het definitieve schooladvies. Het schooladvies is leidend voor plaatsing op de middelbare school.

Hoeveel weegt de doorstroomtoets mee?

Er is geen vaste weging in procenten. Het schooladvies blijft leidend, maar de toets is een onafhankelijke check die het advies kan optillen als het toetsadvies hoger is. In die zin is de invloed van de toets aanzienlijk, vooral voor kinderen die op een niveaugrens zitten.

Wat zijn referentieniveaus 1F, 2F, 1S?

1F is het basisniveau voor taal en rekenen aan het einde van de basisschool: het minimum dat alle leerlingen zouden moeten beheersen. 2F is het streefniveau voor taal (passend bij havo en vwo). Voor rekenen is 1S het streefniveau. De rapportage laat zien welke niveaus je kind heeft behaald.

Kan mijn kind de doorstroomtoets opnieuw maken?

Nee, niet binnen hetzelfde schooljaar. De doorstroomtoets wordt eenmaal afgenomen. Als je kind blijft zitten in groep 8, maakt het de toets het volgende jaar opnieuw.

Wat als mijn kind op de toetsdag ziek is?

De school plant een inhaalmoment in, doorgaans binnen drie weken na de reguliere afname. Overleg in dat geval met de leerkracht over de mogelijkheden.

Komt er één centrale doorstroomtoets in plaats van vijf?

Daar wordt politiek over gesproken. Bijna alle partijen in de Tweede Kamer steunden eind 2025 de invoering van één centrale toets, en staatssecretaris Becking staat daar welwillend tegenover. Een concrete datum voor invoering is nog niet vastgesteld. Voor 2026 en waarschijnlijk ook 2027 verandert er niets.

Wil je je kind helpen voorbereiden?

Onze live 1-op-1 training bereidt leerlingen van groep 7 en groep 8 specifiek voor op de doorstroomtoets. Eén vaste docent, geen reistijd, en aangepast aan de toets die de school van je kind afneemt.

Bekijk de training